
Mr. Almer de Beer behandelt in een artikel in BelastingZaken de wijziging van het begrip preferent aandeel voor enkele faciliteiten per 1 januari 2026.
Aandelen in een bv die een materiële onderneming drijft, zijn onder voorwaarden fiscaal voordelig over te dragen aan de beoogde bedrijfsopvolger. De doorschuifregeling in de aanmerkelijk belangsfeer (DSR ab) is een faciliteit binnen de inkomstenbelasting. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet bestaat uit een ruime vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting. Maar de DSR ab en de BOR zijn uitsluitend van toepassing op de verkrijging van gewone aandelen. Preferente aandelen zijn in principe uitgesloten van de faciliteiten. Een uitzondering geldt de voor zogeheten bedrijfsopvolgingsprefs, die vallen wel onder de DSR ab en de BOR. In zijn artikel geeft De Beer voorbeelden van preferente aandelen en bedrijfsopvolgingsprefs. Toch is het vaak onduidelijk wanneer sprake is van een preferent aandeel. De wetgever heeft daarom besloten dit begrip per 1 januari 2026 wettelijk te definiëren.
Nieuwe definitie preferente aandelen
De Beer legt uit dat per 1 januari 2026 de wet preferente aandelen zal definiëren als aandelen met een voorrang ten aanzien van de winstverdeling of liquidatieopbrengsten. Het is mogelijk dat een aandeel slechts voor een deel van het aan het aandeel verbonden vermogen die voorrang kent. Men spreekt dan ook wel van ‘hybride aandelen’. Alleen het deel van een hybride aandeel dat voorrang kent ten aanzien van de winstuitdeling of liquidatieopbrengsten, telt als preferent aandeel.
Gewone aandelen kunnen preferente aandelen worden
Verder waarschuwt De Beer ervoor dat gewone aandelen geheel of gedeeltelijk het karakter kunnen krijgen van preferente aandelen. En dat hoeft niet eens te komen door degene van wie de aandelen verkleuren. Stel dat een vennootschap twee soorten aandelen kent, A en B. Onder bepaalde omstandigheden kan een dividenduitkering op de B-aandelen ertoe leiden dat de aandelen A voorrang krijgen ten opzichte van de aandelen B. Aandelen A kwalificeren dan in zoverre als preferente aandelen.
Wet: art. 4.17a, derde lid, onderdelen a en d en 4.17c, derde lid Wet IB 2001 en art. 35c, vierde lid, onderdelen a, b en d SW
Lees hier het volledige artikel.
Geef een reactie