
Als van het begin af aan vaststaat dat een holding aandelen in een dochtervennootschap tegen een vaste prijs zal verkopen, is geen sprake van economische eigendom. De holding en de dochtervennootschap kunnen dan geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen.
De bv drijft een groothandel in bouwmaterialen. Via een opgerichte dochtervennootschap en een cv heeft de bv geïnvesteerd in een schip. De partijen hebben gekozen voor deze opzet zodat de bv kan profiteren van de tijdelijke regeling voor willekeurige afschrijving. Deze belastingconstructie slaagt echter niet. Volgens de fiscus is geen fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting tot stand gekomen tussen de bv en de opgerichte dochtervennootschap die in de cv participeert. De inspecteur stelt dat de bv niet voldoet aan de voorwaarden voor een FE omdat zij niet de economische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit. De bv gaat in beroep, maar rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart haar beroep ongegrond. Zie NTFR 2020/278 en ‘Met een scheepvaart-cv het schip in’.
Economische eigendom ontbreekt
De bv gaat vervolgens in hoger beroep. Maar ook hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de bv niet voldoet aan de voorwaarden voor een FE omdat zij niet de economische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij bezit. De bv had zich van het begin af aan verplicht om de aandelen uiterlijk in januari 2012 te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Daardoor gingen de waardeontwikkelingen van de aandelen de bv niet aan. De bv heeft immers feitelijk geen economisch risico gelopen over de aandelen.
Geen vertrouwen in beschikking fiscale eenheid
Het hof oordeelt daarnaast dat de bv niet het in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan de beschikking FE, omdat zij de inspecteur onjuiste informatie heeft verstrekt. De bv heeft aangegeven dat zij de economische eigendom van de aandelen bezat, terwijl dit niet het geval was. De inspecteur beschikte niet over alle benodigde feiten en omstandigheden bij het afgeven van de beschikking. Pas later heeft hij kennisgenomen van de volledige documentatie en de werkelijke aard van de investering. Toen pas kon hij vaststellen dat de bv niet voldeed aan de voorwaarden voor een FE. Dat betekent ook dat de Belastingdienst beschikt over een nieuw feit om te kunnen navorderen.
Geef een reactie