Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een hospice één ondeelbare prestatie verricht aan gasten. Deze hospiceprestatie is niet vrijgesteld van btw en valt onder het normale tarief van 21%. De stichting krijgt recht op aftrek van voorbelasting.
Een stichting exploiteert sinds 2008 een hospice met vijf gastenkamers. Gasten verblijven gemiddeld twee tot drie maanden in het hospice. De stichting heeft geen eigen medewerkers. Zij sluit overeenkomsten met gasten waarbij een eigen bijdrage van € 40 per dag wordt gevraagd voor gebruik van de kamer, maaltijden en algemene zorg. De medische zorg wordt geleverd door een thuiszorgorganisatie, de mantelzorg en huishoudelijke diensten door vrijwilligers. Na een verbouwing in 2018/2019 dient de stichting vanaf 2019 aangiften omzetbelasting in en claimt zij aftrek van voorbelasting. De inspecteur weigert de aftrek en legt naheffingsaanslagen op. Hij stelt dat de diensten zijn vrijgesteld van btw. De stichting betoogt dat zij één prestatie verricht (verhuur van een kamer met bijkomende diensten) die valt onder de short-stay-regeling en belast is tegen het verlaagde tarief.
Eén ondeelbare hospiceprestatie
Het hof oordeelt dat de stichting één ondeelbare economische prestatie verricht aan gasten. Deze prestatie bestaat uit drie elementen die zo nauw met elkaar zijn verbonden dat splitsing kunstmatig zou zijn: terbeschikkingstelling van de gastenkamer, verstrekken van eten en drinken, en algemene zorg voor gasten en hun naasten. Voor gasten is het huren van alleen een kamer geen doel op zich, net zoals de andere elementen apart geen doel op zich zijn. Gasten zoeken een omgeving om te sterven waarbij ook mantelzorgers worden ontlast. Alle elementen smelten samen tot één nieuwe prestatie: het verlenen van zorg om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bieden aan gasten in hun laatste levensfase.
Geen vrijstelling maar normaal btw-tarief
Het hof oordeelt dat de hospiceprestatie niet valt onder de vrijstellingen van art. 11 lid 1 onder c en f Wet OB 1968. De dienstverlening kan niet worden beschouwd als ziekenhuisverpleging en medische verzorging. De stichting is ook niet erkend als instelling van sociale of culturele aard. De ANBI-status is daarvoor onvoldoende. Omdat sprake is van één samengestelde prestatie die niet kan worden gesplitst, is evenmin sprake van verhuur die onder de short-stay-regeling valt. De hospiceprestatie is daarom belast tegen het normale tarief van 21%. De stichting heeft wel recht op aftrek van voorbelasting. Het hof vernietigt de naheffingsaanslagen en verleent teruggaven over 2019 (€ 29.341) en de vier kwartalen van 2020 (totaal € 5.649). De inspecteur moet € 6.122,25 aan proceskosten vergoeden.
Wet: art. 11, lid 1, onder b, c en f Wet op de omzetbelasting 1968 | NDFR
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8408, 24/319 t/m 24/323 | NDFR





Geef een reactie