
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord of de zorgvrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten eerste, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kan worden toegepast door Coöperatie X, welke coöperatie natuurlijke personen als leden heeft.
Coöperatie X heeft als doel het verlenen van huisartsenspoedzorg in een bepaalde regio. De leden van de coöperatie zijn allen huisartsen die de betreffende spoedzorg verzorgen. De coöperatie heeft triagisten in dienst die de huisartsen assisteren. De coöperatie wenst van de vennootschapsbelasting te worden vrijgesteld op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, ten eerste, Wet Vpb 1969. Nadere voorwaarden voor deze vrijstelling zijn opgenomen in artikel 4 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 en het besluit van de staatssecretaris van Financiën d.d. 25 november 2019, nr. 2019/18775. De voorwaarden zijn te onderscheiden in voorwaarden die zien op de aard en omvang van de door het lichaam verrichte activiteiten en de voorwaarden die worden gesteld aan de inrichting van het lichaam. Dit geheel aan regelgeving wordt hierna aangeduid als de zorgvrijstelling.
Vraag
Kan door Coöperatie X, een coöperatie met natuurlijke personen als leden, de zorgvrijstelling worden toegepast?
Antwoord
Nee. De zorgvrijstelling is niet van toepassing op Coöperatie X. Doordat de leden van deze coöperatie direct of indirect bestaan uit natuurlijke personen kan niet worden voldaan aan de winstbestemmingseis. Aan de kennisgroep is uitsluitend de vraag voorgelegd of Coöperatie X voldoet aan de winstbestemmingseis. De kennisgroep heeft daarom niet beoordeeld of door Coöperatie X wordt voldaan aan de voorwaarden van de werkzaamhedentoets.
Geef een reactie