
Een niet-uiteindelijk gerechtigde heeft geen recht op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting door toepassing van de anti-dividendstrippingmaatregel.
Een bv maakt onderdeel uit van een internationale groep. De activiteiten van de groep omvatten onder andere handel in aandelen en het gebruik van financiële instrumenten zoals futures. De Belastingdienst heeft de bv een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd voor het jaar 2012. Daarbij is de teruggaaf van dividendbelasting volledig gecorrigeerd. De bv gaat in beroep, maar rechtbank Noord-Holland verklaart haar beroep ongegrond. Zie ook ‘Geen verrekening DB voor niet-uiteindelijk gerechtigde’. Vervolgens gaat de bv in hoger beroep.
Anti-dividendstrippingmaatregel terecht toegepast
Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat aan alle voorwaarden van de zogeheten anti-dividendstrippingmaatregel is voldaan. De bv valt niet als uiteindelijk gerechtigde aan te merken en heeft geen recht op teruggaaf of verrekening van de ingehouden dividendbelasting. De transacties waarbij aandelen werden gekocht en futures werden verkocht, zijn onderdeel van een samenstel van rechtshandelingen gericht op het ontgaan van dividendbelasting.
Geen recht op verrekening
De bv heeft bovendien de aandelen gekocht van een beperkt verrekeningsgerechtigde partij en heeft door middel van futures het economisch belang bij de aandelen behouden. De inspecteur heeft voldoende bewijs geleverd dat de opbrengst van de aandelen gedeeltelijk ten goede is gekomen aan een andere partij die minder recht heeft op verrekening van dividendbelasting. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de bv geen recht heeft op verrekening van de dividendbelasting.
Wet: art. 25, tweede lid Wet Vpb 1969
Bron: gerechtshof Amsterdam, 20 maart 2025 (gepubliceerd 31 maart 2025), ECLI:NL:GHAMS:2025:810, 23/738
Geef een reactie